De warmtepomp is eenvoudig te gebruiken wanneer u weet hoe deze moet worden ingesteld. Hier vindt u een korte en duidelijke handleiding zodat u snel de gewenste temperatuur in het huis krijgt.
De meeste warmtepompen worden rechtstreeks met de afstandsbediening bediend. U kiest simpelweg de gewenste temperatuur en bepaalt of de pomp moet verwarmen (HEAT), koelen (COOL) of alleen de lucht moet laten circuleren (FAN).
Let op:
Wanneer de warmtepomp op AUTO staat, zal deze niet altijd beginnen met verwarmen. Daarom raden wij aan om AUTO niet te gebruiken.
Controleer of de afstandsbediening ON weergeeft.
Selecteer HEAT (of COOL als u wilt koelen).
Gebruik de omhoog / omlaag-pijlen om de gewenste temperatuur in te stellen.
Wacht 3–5 minuten. Het is normaal dat er in het begin wat koelere lucht uitkomt voordat de pomp op temperatuur komt.
Soms helpt een kleine reset:
Druk op de MODE-knop.
Kies daarna opnieuw HEAT en stel de temperatuur in zoals hierboven beschreven.
Een volledige reset kan vaak helpen. Schakel de stroom naar de warmtepomp enkele minuten uit, zet deze daarna weer aan en probeer de warmtepomp opnieuw te starten.